
Wat opvalt bij alle vier de pioniers in de Jongerenraad is de passie. Leon Tijink, die net voor Kerst 25 wordt, raakt niet uitgepraat over zijn bedrijf, zijn dromen die hij waar wil maken, de kans die hij van zijn ouders krijgt én de steun van zijn vriendin Famke, die als advocaat in Amsterdam werkt, maar als ze kan op de boerderij te vinden is.
“Het zat er al vroeg in”, vertelt Leon. “Op de basisschool ging mijn spreekbeurt al over trekkers en varkens. Toen wist ik al dat ik boer wilde worden. Die passie heb ik van mijn ouders meegekregen. Mijn vader Edwin is zijn hele leven al boer en mijn moeder Karin komt van een melkveebedrijf. Boeren zit dus in onze genen. En mijn vriendin is inmiddels beëdigd advocaat in Amsterdam, maar in de weekenden is ze weer terug in Twente en helpt ze, als het nodig is, mee op de boerderij”. Leon straalt van trots als hij vertelt dat hij in Amsterdam de collega’s van Famke duidelijk weet te maken dat boer zijn, ondernemer zijn betekent. “Dat was wel een uitdaging aangezien er weinig kennis is van onze sector in Amsterdam, maar nu begrijpen ze wat we doen in de stal, maar ook buiten de stal”, Leon vervolgt: “daar hebben we als sector nog wel een weg te gaan, de consument staat veel te ver van de agrarische sector af. Dat ligt voor een groot deel ook aan onszelf. We moeten ons meer laten zien, uitleggen wat ons vak is en begrip kweken. Deels om die reden ben ik gestart als bestuurder bij de LTO afdeling Zuid Twente. En nu dus ook bij de Jongerenraad van FromFarmers. Het is belangrijk om bezig te zijn met de toekomst van de sector.”
“In 2017 ben ik in maatschap gegaan met mijn vader en moeder. Mijn oma is in 1972 gestart met 25 zeugen en dat hebben mijn vader en moeder uitgebouwd tot het bedrijf wat het nu is. En ik ben trots op het feit dat ik van mijn vader steeds meer de kans krijg mijn eigen beslissingen te nemen”. Leon gaat rechtop zitten en vervolgt: “In 1985 heeft mijn vader het bedrijf flink uitgebreid en we zijn sinds 1988 subfokker van het voormalige Stamboek, nu Topigs Norsvin. Hier aan de Achterhoeksweg in Almelo, in Albergen en in Tilligte houden we de opfokgelten en in Geesteren, Markelo en Fleringen de vleesvarkens. Daarmee hebben we een gesloten bedrijf”.
Leon vertelt gepassioneerd verder: “We zijn franchisenemer van Topigs Norsvin en leveren aan circa 25 klanten in heel Nederland (van Brabant tot Groningen) 10 weekse biggen tot aan dekrijpe opfokzeugen. Onze relatie met klanten is goed, we proberen een zo goed mogelijke opfokzeug aan de klant te leveren, dat doen we door goed te selecteren, een zo hoog mogelijke gezondheid te behalen en te fokken naar behoefte van de markt. Het transport naar de klanten doen we in eigen beheer; Pa deed dat eerder voornamelijk alleen, maar nu zit ik zelf zo’n 20-30 uur in de week op de vrachtwagen”. Leon denkt even na en vervolgt: “Contact met andere mensen, andere boeren vind ik belangrijk. En door mijn rol bij LTO Zuid Twente probeer ik me onder andere in te zetten voor de toekomst van onze sector. Hierdoor heb ik ook contact met de wethouder, met de provincie en met de ambtenaren uit de gemeente. Dat netwerk is belangrijk. Daarom heb ik ook direct ja gezegd tegen een rol in de Jongerenraad van FromFarmers. Hiermee kan ik mijn netwerk verbreden en kennis opdoen op veel vlakken. En inderdaad wil ik misschien in de toekomst wel in de ledenraad van FromFarmers ja. Ik wil grenzen verleggen en leren van anderen. Én, het is belangrijk dat we met elkaar blijven praten in Nederland en niet de kloof tussen boeren en de overheid vergroten door overal tegenaan te schoppen.”
Leon staat stil bij het creëren van meer kennis van de sector bij de gemiddelde Nederlander: “Naast de overheid, vind ik het ook belangrijk om contact te houden met de burger. Veel mensen hebben nog geen idee hoe de varkenshouderij in elkaar steekt, er is gewoon veel onwetendheid en we moeten als sector zien dat te verminderen. Dit is ook de reden dat wij een zichtstal hebben gebouwd vóór onze in 2022 gebouwde strooiselstal voor biggen. In deze zichtstal kan iedereen een kijkje nemen naar hoe wij de biggen houden. Hiermee willen wij ook ons steentje bijdragen om de kloof tussen boer en burger te verkleinen.”
“Ik wil boer blijven. Door de keuzes die de overheid maakt moeten we blijven schakelen. We moeten voorop blijven lopen als het gaat om regelgeving en kennis. Zorgen dat onze bedrijven gezond blijven. En daar hoort in mijn ogen bij dat ons bedrijf niet moet groeien van 450 naar 1.200 zeugen. Nu hebben we 450 zeugen, een subfokkerij met het Noorse Landras varken, daarmee fokken we de TN70 en TN50. Groter worden betekent externe arbeid inhuren en dat wordt in de toekomst alleen maar lastiger. Ik wil grotendeels zelf het werk blijven doen. Het is niet voor niets dat mijn spreekbeurt op de basisschool al over varkens ging”, lacht Leon breed.
Op de vraag of Leon aan collega jonge boeren, ofwel bedrijfsopvolgers nog iets mee wil geven, antwoordt hij: “Mijn broer Niek had niet de passie en de interesse zoals ik om het bedrijf over te nemen. We hebben daarom een extern deskundige ingeschakeld en die heeft individueel gesproken met Pa, Ma, Famke, Niek en met mij en daarna met ons samen. Hieruit kwam een advies met een financiële doorrekening voor de toekomst van de boerderij naar voren. Het is belangrijk om dit samen te doen, zodat iedereen de neus dezelfde kant op heeft staan voor de toekomst van het bedrijf, de familie en het ouderlijk huis. Wij hebben aan dit traject allemaal een goed gevoel aan over gehouden. Dat raad ik anderen ook aan te doen”.
